+31 (0)20 578 83 00

Nieuws.

Bestuurders Landis aansprakelijk voor boedeltekort

19/06/2013

De oud-bestuurders van Landis zijn aansprakelijk voor het boedeltekort van circa EUR 25 miljoen. Dat oordeelde de rechtbank in een procedure aangespannen door de curatoren.

De ICT-onderneming Landis Group NV failleerde in 2002. De Ondernemingskamer en de Hoge Raad kwamen eerder al tot het oordeel dat sprake was van wanbeleid. Thans is door de rechtbank Midden-Nederland vastgesteld dat de bestuurders en commissarissen aansprakelijk zijn voor het tekort in de boedel.

De rechtbank oordeelde dat het faillissement is veroorzaakt door interne factoren: bestuurders en commissarissen hebben een onverantwoord groot risico genomen door de overname van Detron en door niet te voldoen aan de solvabiliteitseis van ten minste 25%. De rechtbank acht de bestuurders en commissarissen aansprakelijk voor het faillissementstekort. Bovendien zijn bestuurders en commissarissen hierdoor tekort zijn gekomen in hun taakuitoefening jegens Landis en kan hen daarvan een ernstig verwijt worden gemaakt. Zij zijn derhalve aansprakelijk voor de schade die hiervan het gevolg is. Het feit dat het financieel beleid was toebedeeld aan één van de bestuurders brengt overigens niet zonder meer mee, aldus de rechtbank, dat de overige bestuurders zich kunnen disculperen louter omdat zij andere taken hadden.

Ten aanzien van de vorderingen uit hoofde van kennelijk onbehoorlijke taakvervulling, geldt dat – ook al zijn deze weliswaar op datum faillissement opeisbaar geworden – curatoren niet direct hoefden uit te gaan van onbehoorlijke taakvervulling. De verjaringstermijn van vijf jaar is derhalve pas aangevangen op het moment waarop curatoren beschikking hadden over concept onderzoeksrapporten omtrent de eventuele aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen.

De rechtbank oordeelde daarnaast dat de vordering uit hoofde van ernstig verwijtbaar handelen vóór datum faillissement opeisbaar is geworden. Bestuurders en commissarissen waren op het moment van hun gedragingen immers al op de hoogte van het schadetoebrengende karakter van hun ernstig verwijtbaar handelen. Deze wetenschap kan worden toegerekend aan Landis. De verjaringstermijn vangt dus aan op het moment waarop de gedragingen hebben plaatsgevonden.

Voor het eerst is geoordeeld dat de administratieplicht van de moedervennootschap van een groep inhoudt dat uit haar administratie ook de rechten en plichten van haar dochtervennootschappen moeten blijken. Volgens de rechtbank was in dit verband van belang dat de moedervennootschap van de Landis groep controle had over al haar dochtervennootschappen en zij belangrijke rechten en plichten aanging ten behoeve van het hele concern en haar resultaten in belangrijke mate werden bepaald door die van haar dochtervennootschappen.

terug

Nieuws

Meer Nieuws >