+31 (0)20 578 83 00

Nieuws.

Heeft het concernbelang doorslaggevende invloed bij het adviesrecht in (internationale) concernverhoudingen?

09/07/2013

Indien een ondernemer een besluit neemt dat afwijkt van het door de OR uitgebrachte advies, kan de OR binnen één maand beroep instellen bij de OK op grond van art. 26 WOR. De OR kan de OK verzoeken de ondernemer te veroordelen het besluit in te trekken en eventuele gevolgen ongedaan te maken. Criterium is of de ondernemer bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot zijn besluit had kunnen komen.

Vaste rechtspraak is dat een ondernemer-concernvennootschap bij deze belangenafweging het concernbelang in acht dient te nemen. Dat concernbelang is echter niet (per definitie) van doorslaggevend belang. De ondernemer dient zelf alle bij de dochtervennootschap betrokken belangen tegen elkaar af te wegen.

Watts International Netherlands B.V. (WINL) is onderdeel van een internationaal concern waarvan het Amerikaanse Watts Water Technologies Inc. (WWT) de moedervennootschap is. WWT besloot tot een wijziging van de concernstrategie, die onder meer inhield een verplaatsing van alle productiegerelateerde activiteiten van WINL naar één van haar dochtervennootschappen in Frankrijk.

Het bestuur van WINL heeft de ondernemingsraad om advies gevraagd over het voorgenomen besluit tot verplaatsing van de activiteiten van WINL. Het advies van de ondernemingsraad luidde negatief. Het voorgenomen besluit was volgens de ondernemingsraad louter ingegeven door de strategiewijziging van WWT en de invloed van het bestuur van WINL was in deze nihil geweest. Volgens de ondernemingsraad had het bestuur van WINL hierdoor de facto geen zeggenschap, waardoor de medezeggenschap van de ondernemingsraad niet van invloed zou zijn op het voorgenomen besluit.

Ondanks dit negatieve advies heeft het bestuur van WINL toch besloten tot verplaatsing van de activiteiten. Als gevolg hiervan heeft de ondernemingsraad de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam verzocht (i) te oordelen dat dit besluit kennelijk onredelijk was en (ii) WINL de verplichting op te leggen, bij wijze van onmiddellijke voorziening, om het besluit in te trekken en alle gevolgen daarvan ongedaan te maken.

De Ondernemingskamer oordeelt dat, gegeven het feit dat WINL onderdeel uitmaakt van een internationaal concern, het onvermijdelijk en vanzelfsprekend is dat het belang van WINL mede wordt bepaald door het concernbelang. Desondanks dient WINL bij het voorbereiden en het nemen van haar besluit zelfstandig het concernbelang af te wegen naast of tegen de overige belangen van WINL. Daarnaast behoort WINL inzicht te geven in die belangenafweging aan de ondernemingsraad. De concernstrategie speelt een belangrijke rol, maar niet per definitie de doorslaggevende. Volgens de Ondernemingskamer heeft het bestuur van WINL er geen blijk van gegeven – naast het concernbelang – de overige belangen van WINL daadwerkelijk te hebben afgewogen. Aannemelijk is geworden dat het besluit feitelijk was genomen door de moedervennootschap, zodat ook het advies van de ondernemingsraad aan WINL ook niet van wezenlijke invloed kon zijn. De Ondernemingskamer oordeelt dat WINL bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot dit besluit had kunnen komen en wijst het verzoek van de ondernemingsraad toe.

Lees de uitspraak hier de volledige uitspraak.

 

terug

Nieuws

Meer Nieuws >