+31 (0)20 578 83 00

Nieuws.

Strategische heroriëntatie Deutsche Bank 2013: schending zorgplicht (Rechtbank Amsterdam 8 oktober 2014)

11/11/2014

In een vonnis van 8 oktober 2014 oordeelde de Rechtbank Amsterdam dat Deutsche Bank geen recht heeft op volledige op betaling van ‘boeterente’ bij vervroegde aflossing van een bedrijfskrediet in verband met de strategische heroriëntatie van de bank.

Achtergrond van het geschil

In 2013 heeft Deutsche Bank op grote schaal afscheid genomen van haar MKB-klanten. Dit is onderdeel van een ingrijpende strategische heroriëntatie van Deutsche Bank, die leidde tot vragen aan minister Dijsselbloem (Financiën).

Fruittelersbedrijf Van der Grift maakte een groei door en bracht in 2011 haar volledige kredietportefeuille (die tot dan toe bij een andere bank liep) onder bij Deutsche Bank. Eind 2012 verzocht Van der Grift aan Deutsche Bank om een aanvullende financiering te verstrekken vanwege uitbreidingsplannen. Deutsche Bank gaf aan dat zij als gevolg van haar strategiewijziging de kredietrelatie met Van der Grift op termijn wilde beëindigen en geen nieuwe financieringen zou verstrekken. Van der Grift vond een andere bank bereid om het lopende krediet van Deutsche Bank over te nemen en om de gewenste aanvullende financiering te verstrekken. Deutsche Bank maakte daarop aanspraak op betaling van een vergoeding wegens het vroegtijdig aflossen van het krediet, op grond van haar algemene voorwaarden. Van der Grift heeft zich hiertegen verzet.

Oordeel van de Rechtbank

De Rechtbank stelde vast dat partijen in 2011 een reeks verbintenissen waren aangegaan voor de lange termijn, waarbij Deutsche Bank als huisbankier zou fungeren en aan Van der Grift – waar mogelijk – de nodige aanvullende financiering zou verstrekken. Gelet hierop mocht Van der Grift ervan uit gaan dat Deutsche Bank, met betrekking tot eventuele toekomstige financieringsaanvragen, een positieve grondhouding zou aannemen. Door de strategiewijziging van Deutsche Bank veranderde de relatie tussen partijen echter ingrijpend. Er was geen sprake meer van een positieve grondhouding, integendeel, Deutsche Bank maakte kenbaar de relatie met Van der Grift te willen beëindigen.

De Rechtbank oordeelde tegen deze achtergrond dat het Deutsche Bank weliswaar vrijstond haar strategie te wijzigen, maar dat zij daarbij gehouden was om naar beste vermogen rekening te houden met de belangen van Van der Grift, op grond van de in de algemene voorwaarden verwoorde zorgplicht. Deutsche Bank had zich dan ook moeten realiseren dat Van der Grift door deze strategiewijziging gedwongen zou zijn om naar een andere bank over te stappen. Deutsche Bank kan zich dan ook niet eenvoudigweg op het standpunt stellen dat Van der Grift zelf voor vervroegde aflossing heeft gekozen. Gelet hierop “is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, indien Deutsche Bank de nadelige gevolgen van haar eigen strategische keuze geheel op Van der Grift zou afwentelen door van haar te verlangen de gehele vergoeding te betalen“. Deutsche Bank kan onder deze omstandigheden slechts aanspraak maken op 50% van de contractuele vergoeding.

CORP. stond Van der Grift bij in deze procedure.

terug

Nieuws

Meer Nieuws >